OPVOEDEN IS NIET ALTIJD MAKKELIJK

Bescherming
Deze brochure gaat over één van de drie kerntaken van de Raad voor de Kinderbescherming: bescherming. De andere twee kerntaken zijn gezag en omgang na (echt)scheiding en strafzaken. Informatie hierover vindt u in de brochures:
Scheiding...en de kinderen.
en Als uw kind in aanraking komt met de politie..

Voor het gemak is deze brochure in de mannelijke vorm geschreven. Overal waar 'hij' staat kunt u ook 'zij' lezen.

Inhoud:


Omdat kinderen zichzelf niet kunnen beschermen
Dat opvoeden niet altijd makkelijk is, weet iedereen die kinderen heeft. Een handleiding voor opvoeders bestaat niet; ook bestaat er geen 'beste manier' om uw kind groot te brengen. Dat verschilt per ouder, per kind en per situatie. Er zijn veel verschillende manieren waarop ouders hun kinderen opvoeden.

Voor kinderen is het belangrijk dat zij op een evenwichtige manier kunnen opgroeien. Dat betekent dat zij een goede verzorging nodig hebben, net als liefde en aandacht van hun ouders. Het betekent ook dat ouders richting moeten geven aan het leven van hun kinderen. Bijvoorbeeld door grenzen te stellen, maar ook door het kind de gelegenheid te geven zichzelf te ontwikkelen.
In ieder gezin komen wel eens problemen voor. Problemen van de ouders zelf, of problemen met de kinderen. Dat hoeft niet erg te zijn, als u samen een goede oplossing kunt vinden.
Maar in sommige gevallen worden de problemen zo groot, dat de ontwikkeling van de kinderen in het gedrang komt. Dan kan het goed zijn om hulp te vragen aan anderen.

De Raad voor de Kinderbescherming
De Raad voor de Kinderbescherming komt op voor kinderen die in de knel zitten. Kinderen die, om wat voor reden dan ook, in een situatie verkeren die niet goed voor ze is. Of die in zo'n situatie dreigen te komen als niemand ze helpt.

De Raad voor de Kinderbescherming kan ouders en kinderen helpen een oplossing te vinden voor hun problemen. De Raad zoekt, bij voorkeur samen met de ouders, een oplossing die in het belang is van het kind. Het kind komt altijd op de eerste plaats. Omdat een kind zijn ouders nodig heeft, probeert de Raad altijd om de ouders bij de oplossing te betrekken.

De Raad voor de Kinderbescherming is geen hulpverleningsinstantie. Dat wil zeggen dat de medewerkers niet zelf samen met het gezin aan de slag gaan om problemen op te lossen. Wel zoeken zij uit welke vorm van hulp het best is voor ouders en kind, en zorgen ze ervoor dat die hulp op gang komt.
De Raad doet onderzoek in situaties waarin de ontwikkeling van kinderen wordt bedreigd. Uit dit onderzoek kan een advies volgen voor vrijwillige hulpverlening. De Raad kan ook de rechter vragen om de hulp verplicht te stellen.

Zowel ouders als kinderen kunnen contact opnemen met de Raad. Maar ook andere mensen uit de omgeving van het kind kunnen de Raad melden dat er (waarschijnlijk) problemen zijn. Bijvoorbeeld de buren, de huisarts of een leraar. De Raad kan ook zelf problemen constateren en het initiatief nemen om hulp op gang te brengen.

De INTAKE

Het probleem bespreken

Als u problemen heeft met de opvoeding van uw kinderen, of als u andere problemen heeft die nadelig zijn voor uw kinderen, dan kunt u hierover praten met een medewerker van de Raad, een 'raadsonderzoeker'. Dit heet de 'intake': de raadsonderzoeker vraagt u zoveel mogelijk te vertellen over het probleem. Vervolgens zal hij het probleem bespreken met andere medewerkers van het 'intake-team'. Dit team bestaat uit de intaker, zijn leidinggevende en eventueel andere deskundigen, zoals een psycholoog of jurist. Samen proberen zij in te schatten hoe de situatie voor het kind is en wat eraan gedaan kan worden.

Wat kunt u bespreken?
Bij de Raad kunt u terecht met verschillende vragen:

Verzoek om informatie
Met alle mogelijke vragen op het gebied van kinderbescherming (bijvoorbeeld over mishandeling, scheiding, adoptie, of de rechten van het kind) kunt u terecht bij de Raad. De raadsonderzoeker zal u de informatie geven, of vertellen waar u de informatie kunt krijgen.

Verzoek om advies
U kunt advies vragen, bijvoorbeeld als u problemen heeft met de opvoeding van uw kinderen. De raadsonderzoeker zal samen met u een oplossing proberen te vinden. Ook kan het zijn dat hij u doorverwijst naar een andere instantie, bijvoorbeeld de Riagg. U bent niet verplicht het advies van de Raad op te volgen. Maar als de Raad desondanks van mening is dat er iets aan de situatie van uw kind gedaan moet worden, kan hij ook zonder uw toestemming de eerste stappen zetten om hulp op gang brengen.

Verzoek om bemoeienis
Wanneer de problemen zo groot zijn dat de ontwikkeling van uw kind in het gedrang komt, kunt u de Raad vragen om de positie van uw kind veilig te stellen. Ook anderen die vermoeden dat het kind in een bedreigende situatie opgroeit, kunnen dit melden bij de Raad. In dat geval wordt u zo snel mogelijk van deze melding op de hoogte gesteld.
Om een goed beeld van het probleem te krijgen, zal de raadsonderzoeker zo veel mogelijk informatie van u willen hebben over het probleem en de omstandigheden waarin uw kind zich bevindt. Hij kan daarvoor ook gaan praten met anderen die informatie kunnen geven, zoals de huisarts of een leraar. Vervolgens bespreekt hij met het intake-team of de Raad actie moet ondernemen. Als dat zo is, dan zal de Raad een onderzoek starten.

HET ONDERZOEK

Wanneer onderzoek?
Als het intake-team heeft besloten dat de Raad betrokken moet worden bij het opvoedingsprobleem, dan wordt een onderzoek gestart. Ook kan de rechter de Raad vragen om een onderzoek. Onder 'onderzoek' worden alle activiteiten verstaan die bij kunnen dragen aan de oplossing van het probleem. De raadsonderzoeker die het onderzoek doet is niet dezelfde als bij de intake.

Wat houdt het onderzoek in?
Tijdens het onderzoek probeert de raadsonderzoeker een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de omstandigheden waarin het kind opgroeit. Hierbij zijn een aantal dingen belangrijk: de ontwikkeling van het kind, de manier van opvoeden en de hulp die de ouders van anderen krijgen bij de opvoeding.

De raadsonderzoeker zal tijdens het onderzoek met u en uw kinderen praten om informatie te krijgen. Hij kan ook met andere mensen praten die informatie kunnen geven, zoals een onderwijzer of huisarts. Soms wil de raadsonderzoeker een andere deskundige inschakelen voor overleg of speciaal onderzoek, bijvoorbeeld een psycholoog. De raadsonderzoeker probeert tijdens het onderzoek samen met u en uw kinderen een oplossing te vinden voor de problemen. Bij heel ernstige problemen kan het nodig zijn dat uw kind (tijdelijk) door anderen verzorgd wordt.
De raadsonderzoeker overlegt met u wat hij gaat doen, zodat u goed op de hoogte blijft. Ook overlegt hij met andere deskundige medewerkers van de Raad. Beslissingen neemt hij dus nooit alleen.

Het Rapport
Ieder onderzoek wordt afgesloten met een rapport. Daarin beschrijft de raadsonderzoeker wat er precies aan de hand is. Hij beschrijft de problemen van uw gezin en geeft uw mening weer over de situatie. Ook wordt in het rapport de mening van de Raad weergegeven over de situatie waarin het kind verkeert en hoe deze verbeterd kan worden. U en uw kind krijgen het rapport te lezen en als er iets in staat wat volgens u niet klopt kunt u dat aangeven. Deze opmerkingen worden aan het uiteindelijke rapport toegevoegd.

U krijgt een kopie van het rapport toegestuurd, evenals uw kind als het 12 jaar of ouder is. Het rapport zelf blijft bij de Raad waar het wordt bewaard in een dossier. Hierin zijn alle gegevens over uw gezin verzameld. Het dossier wordt vernietigd als het jongste kind uit uw gezin waarmee de Raad te maken heeft, 18 jaar wordt. U en uw kinderen hebben het recht om het dossier in te zien.

OPLOSSINGEN

De uitkomst van het onderzoek

Uit het onderzoek volgt de mening van de Raad over de manier waarop een gezonde ontwikkeling van uw kind veilig gesteld kan worden. Er zijn verschillende uitkomsten mogelijk:

De bemoeienis van de Raad houdt op

De rol van de Raad houdt op, als uit het onderzoek niets is gebleken van problemen met de opvoeding. Ook kan het zijn dat bestaande problemen al tijdens het onderzoek opgelost kunnen worden.

De Raad adviseert het gezin hulp te zoeken
Gesprekken met een psycholoog of een maatschappelijk werker, maar ook opvang na school of huiswerkbegeleiding kunnen manieren zijn om de problemen lichter te maken. In veel gevallen verbetert de situatie door deze hulp van buitenaf.

De rechter moet beslissen
Wanneer een kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, kan de Raad ingrijpen in de gezinssituatie. Dit gebeurt als de problemen niet met vrijwillige hulp kunnen worden opgelost, of als het gezin deze hulp niet wil aanvaarden. De Raad vraagt de rechter in dat geval een maatregel van kinderbescherming uit te spreken. De rechter verplicht hiermee het gezin om hulp aan te nemen.

In veel gevallen komt het gelukkig niet zover dat de rechter eraan te pas moet komen. Dan is de situatie niet zo ernstig dat het kind direct gevaar loopt, en zien de ouders in dat het in het belang van hun kinderen goed is, mee te werken aan een oplossing en hulp van buitenaf te aanvaarden.

Maatregelen van kinderbescherming

Als de Raad een maatregel van kinderbescherming nodig vindt, dan stuurt hij het rapport van het onderzoek naar de rechter met het verzoek een maatregel van kinderbescherming uit te spreken. Meestal is dit een ondertoezichtstelling. In sommige gevallen wordt de rechter gevraagd om ontheffing of ontzetting uit het ouderlijk gezag.

Ondertoezichtstelling
Deze maatregel houdt in dat kind en ouders begeleiding krijgen van een gezinsvoogdij-instelling. De ouders worden beperkt in hun ouderlijk gezag. Dit betekent dat de ouders voor belangrijke beslissingen over hun kind moeten overleggen met een gezinsvoogd, en zijn aanwijzingen moeten opvolgen. De gezinsvoogd zal het kind begeleiden en de ouders helpen bij de opvoedingsproblemen. Bij deze maatregel houden de ouders zoveel mogelijk zelf de verantwoordelijkheid voor de opvoeding. In principe blijft het kind gewoon thuis wonen. Als het echt nodig is kan de gezinsvoogd, via de kinderrechter, regelen dat het kind (meestal) tijdelijk in een pleeggezin of tehuis wordt opgevoed. De ondertoezichtstelling duurt in principe één jaar, maar kan verlengd worden.

Ontheffing
Als ouders hun kinderen niet meer zelf kunnen verzorgen, kan de rechter voor onbepaalde tijd de verantwoordelijkheid voor de opvoeding aan iemand anders geven. Een voogdij-instelling krijgt dan meestal het 'wettelijk gezag' over het kind. Het kind gaat voor onbepaalde tijd naar een pleeggezin of een kindertehuis. De ouders hebben dan officieel niets meer over hun kind te vertellen, maar blijven wel zo veel mogelijk bij hun kind betrokken.

Ontzetting
Als ouders hun kind ernstig verwaarlozen of hun ouderschap misbruiken kan de rechter hen op verzoek van de Raad uit het ouderlijk gezag ontzetten. Dit kan alleen in heel ernstige situaties, waarbij ouders niet willen meewerken aan een oplossing voor de problemen van hun kind. Ook bij ontzetting wordt het gezag meestal overgedragen aan een voogdij-instelling en wordt het kind uit huis geplaatst.

In geval van ontheffing en ontzetting kunnen de ouders de rechter vragen om weer in hun gezag hersteld te worden. Ook de Raad voor de Kinderbescherming kan dit aan de rechter vragen. Als de rechter ervan overtuigd is dat de ouders weer voor hun kind kunnen zorgen, zal hij hen het gezag teruggeven.

De beslissing van de rechter
De rechter neemt zijn beslissing mede op basis van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. Dat wil echter niet zeggen dat hij altijd het advies van de Raad opvolgt. Tijdens een speciale zitting bij de rechtbank kunnen ouders met hulp van een advocaat hun mening geven. Kinderen vanaf twaalf jaar krijgen ook de gelegenheid om hun mening te geven.

Vertrouwenspersoon

U kunt bij al uw contacten met de Raad iemand meenemen in wie u vertrouwen
heeft. Zo'n vertrouwenspersoon kan een familielid zijn, een goede vriend of vriendin, een advocaat of iemand van een hulpverleningsinstelling. De vertrouwenspersoon mag de behandeling van de zaak echter niet van u overnemen, en mag niets doen zonder uw toestemming. Als de Raad met beide ouders spreekt, mag de vertrouwenspersoon alleen aanwezig zijn als beiden dat goed vinden. De Raad mag de vertrouwenspersoon toegang weigeren als deze het onderzoek verstoort.

Wet op de persoonsregistratie
Van alle personen die met de Raad in contact komen, worden in principe de persoonsgegevens opgenomen in de computer. De Wet op de Persoonsregistratie geeft regels voor het vastleggen en gebruik van persoonsgegevens. Ook geeft deze wet mensen onder andere het recht om hun eigen gegevens in te zien, aan te vullen of te corrigeren. Hoe u dat kunt doen, staat in het reglement dat bij de Raad ter inzage ligt.

Vertrouwelijk melden
Iedereen die sterke aanwijzingen heeft dat er ergens een kind risico's loopt, kan dat melden bij de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad stelt de ouders op de hoogte dat er een melding is binnengekomen, en bekijkt of het nodig is om een onderzoek te starten. In principe maakt de Raad ook bekend wie de melding gedaan heeft, tenzij de melder daar gegronde bezwaren tegen heeft. In dat geval kan een uitzondering gemaakt worden, en wordt de naam van de melder niet bekend gemaakt aan het gezin. Ook kan in overleg bekeken worden of iemand anders, bijvoorbeeld de huisarts, als officiële melder op kan treden.

Een klacht indienen

Als u een klacht wilt indienen over een raadsmedewerker of over de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd, dan moet u dat doen binnen twee maanden nadat u op de hoogte bent gekomen van datgene waarover u wilt klagen. U kunt hiervoor gebruik maken van de beklagregeling. Over deze regeling bestaat een aparte brochure, die verkrijgbaar is bij de Raad voor de Kinderbescherming en bij Postbus 51.

U bent het niet eens met de beslissing van de rechter

Als u het niet eens bent met de beslissing van de rechter, kunt u in hoger beroep gaan. Uw advocaat kan u uitleggen hoe dat moet. Ook de Raad voor de Kinderbescherming kan in hoger beroep gaan tegen de beslissing van de rechter.

Wilt u meer weten?
Als u vragen heeft of uw persoonlijke situatie eens met iemand wil bespreken, dan kunt u contact opnemen met de Raad voor de Kinderbescherming.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft 21 vestigingen door het hele land. U kunt elke werkdag bellen voor een afspraak. De adressen worden hieronder genoemd.

Raad voor de Kinderbescherming:

Vestiging Alkmaar
Kennemerstraatweg 21
1814 GA ALKMAAR
tel. (072) 5143434

Vestiging Almelo
Bellavistastraat 3
7604 AD ALMELO
tel. (0546) 832200

Vestiging Amsterdam
IJsbaanpad 2
1076 CV AMSTERDAM
tel. (020) 5750100

Vestiging Arnhem
Groningensingel 21
6835 EA ARNHEM
tel. (026) 3226555

Vestiging Assen
Mandemaat 3
9405 TG ASSEN
tel. (0592) 333444

Vestiging Breda
Kloosterlaan 174
4811 EE BREDA
tel. (076) 5255800

Vestiging Dordrecht
Spuiboulevard 344-346
3311 GR DORDRECHT
tel. (078) 6139544

Vestiging Eindhoven
Keizersgracht 5
5611 GB EINDHOVEN
tel. (040) 2329319

Vestiging 's Gravenhage
Neuhuyskade 40
2596 XL DEN HAAG
tel. (070) 3742300

Vestiging Groningen
Engelse Kamp 2
9722 AX GRONINGEN
tel. (050) 5205222

Vestiging Haarlem
Jansweg 15
2011 KL HAARLEM
tel. (023) 5156500

Vestiging 's Hertogenbosch
Kooikersweg 3
5223 KE DEN BOSCH
tel. (073) 6207911

Vestiging Leeuwarden
Jacob Catsplein 3
8913 CS LEEUWARDEN
tel. (058) 2343333

Vestiging Lelystad
Maerlant 11
8224 AC LELYSTAD
tel. (0320) 286500

Vestiging Maastricht
Wilhelminasingel 106
6221 BL MAASTRICHT
tel. (043) 3254354

Vestiging Middelburg
Buitenruststraat 4
4337 EH MIDDELBURG
tel. (0118) 673333

Vestiging Roermond
Slachthuisstraat 57
6041 CB ROERMOND
tel. (0475) 363363

Vestiging Rotterdam
Wijnhaven 144
3011 WX ROTTERDAM
tel. (010) 4040600

Vestiging Utrecht
A. van Schendelstraat 550
3511 MH UTRECHT
tel. (030) 2391666

Vestiging Zutphen
Zaadmarkt 91
7201 DC ZUTPHEN
tel. (0575) 590100

Vestiging Zwolle
Van Wevelinkhovenstraat 1
8021 WX ZWOLLE
tel. (038) 4554333

Aan de informatie die is opgenomen in deze brochure kunnen geen rechten worden ontleend.

Meer informatie over dit onderwerp vindt u in de brochure Ondertoezichtstelling van het Ministerie van Justitie. Deze brochure is in het Engels, Turks en Arabisch verkrijgbaar bij alle vestigingen en via Postbus 51

of via de Postbus 51 Infolijn
tel: 0800-8051 (gratis)
Maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 21.00 uur.

Ook de andere brochures van de Raad voor de Kinderbescherming zijn op deze manier verkrijgbaar.
Voor bestellingen van meer dan 10 exemplaren kunt u zich schriftelijk wenden tot:
Raad voor de Kinderbescherming
Landelijk Bureau
Postbus 19202
3501 DE Utrecht
Nederland

Januari 1998

Uitgave: Raad voor de Kinderbescherming
Landelijk Bureau
Postbus 19202
3501 DE Utrecht
Nederland
U vindt de Raad voor de Kinderbescherming op het Internet:

De Raad voor de Kinderbescherming